Werken aan een scriptie betekent dat je veel informatie verzamelt. De berg met artikelen en boeken groeit al gauw uit tot een onoverzichtelijke brei aan teksten en figuren. Omdat je veel tijd en energie hebt gestoken in zoeken en lezen wil je graag dat je beoordelaar dat ziet. Die moet niet denken dat je stil hebt gezeten! Dus probeer je plekken te vinden waar je al die wijsheid en inzet op een goede manier kunt etaleren. De vraag ‘waar kan ik dat het beste neerzetten?’ ken je vast. De volgende vragen helpen je daarbij.

Op welke deelvraag geeft dit stuk tekst een antwoord?
Een scriptie geeft antwoord op de door jou geformuleerde onderzoeksvragen. Alle tekst die je schrijft dient bij te dragen aan de beantwoording van die onderzoeksvragen. Kun je geen relatie leggen met één van je onderzoeksvragen, dan kun je het te plaatsen stuk tekst misschien beter schrappen. Je wordt bij een scriptie afgerekend op resultaat en niet op inzet. Stukken tekst waarvan de relevantie onduidelijk is helpen je niet aan een goede beoordeling, hoe hard je er ook voor hebt gewerkt.

Waar beantwoord ik de deelvraag in kwestie?
Heb je een stuk tekst dat bijdraagt aan een antwoord op de deelvraag, plaats het dan bij de bestaande tekst die ook over die deelvraag gaat. Om makkelijk het overzicht te houden van waar je welke deelvraag beantwoordt, kun je gebruik maken van tussenkopjes als ‘deelvraag 1: welke factoren….?’ Als je scriptie klaar is kun je die vervangen door kortere tussenkopjes of geheel weglaten.